Ecoparents logo

Hypoglycaemie en borstvoeding

Wanneer het lichaam meer glucose verbruikt dan dat glucose gevormd wordt, dan gaat het bloedsuikergehalte omlaag. Dit wordt hypoglycaemie genoemd. In baby's kan dit eerst onopgemerkt blijven. In ernstiger gevallen kan de baby slap worden, rusteloos, gaan trillen, snel ademen, bleek zien, gaan zweten. Onrust bij de baby en het zogenaamde fladderen kunnen een teken van laag bloedsuikergehalte zijn. In de meeste gevallen wordt een laag bloedsuikergehalte veroorzaakt door het uitstellen van voedingen of het niet goed eten.

Welke baby's krijgen hier mee te maken?

Baby's die te vroeg of te laat geboren worden, baby's die erg zwaar of erg licht zijn, of ziek zijn hebben een grotere kans om een laag bloedsuikergehalte te hebben. Ook als een baby teveel afkoelt neemt de kans toe.
Wanneer de moeder een lange zware bevalling heeft gehad, diabetes heeft, last heeft van hoge bloeddruk of bepaalde medicijnen gebruikt, dan neemt de kans op laag bloedsuikergehalte in haar bay toe.

Wat is er aan te doen?

Om een laag bloedglucosegehalte te voorkomen, kan de moeder zo snel mogelijk na de geboorte haar baby aan de borst leggen. De baby kan zo de eerste melk, de colostrum, drinken. Dit bevat eiwitten, , vetten, en suikers die helpen het bloedglucosegehalte te stabiliseren. Door de baby veel bij zich te houden, kan de moeder afkoeling voorkomen. Bovendien kan zij zien wanneer de baby weer aan de borst wil: elk teken van onrust, bewegingen met de mond, handen die naar de mond gebracht worden, kunnen opgevat worden als een wens om aan de borst te gaan. In de eerste paar dagen is het niet ongewoon als een baby elk uur aan de borst wil. Dit zal ook helpen het bloedglucose gehalte op peil te houden. Als het medisch personeel graag wil meten of de baby een laag glucose gehalte heeft, vraag dan of ze de baby kunnen prikken terwijl hij bij je is. Zo loop je niet de kans dat je je baby een hele tijd niet ziet omdat hij ergens anders op een prikje en vervolgens de uitslag van de bloedtest moet wachten. En ondertussen kun je hem weer aanleggen. Door veel aan te leggen kun je voorkomen dat hij bijgevoed moet worden.

Wanneer moet er bijgevoed worden?

Door veel aan te leggen, kun je meestal voorkomen dat je baby bijgevoed moet worden. In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer de baby ziek, prematuur of erg klein is, dan is het moeilijk voor de baby om het bloedglucosegehalte op peil te krijgen met alleen colostrum. Als na veel aanleggen toch blijkt dat de baby een te laag bloedglucose gehalte heeft, dan kan bijvoeden nodig zijn. Vraag of je dan mag bijvoeden met een lepeltje of een spuitje, zodat je baby niet verleert hoe hij aan de borst moet drinken.

De baby wil niet aan de borst, wat nu?

Als de baby niet aan de borst wil drinken, ga dan meteen beginnen met kolven. Je kunt de colostrum met de hand uit de borst drukken en masseren. Omdat het om kleine hoeveelheden gaat, kun je bijvoorbeeld een medicijnbekertje of een lepel gebruiken. Met een spuitje kun je alle colostrum opzuigen en dit aan de baby geven. Probeer toch elke keer weer aan te leggen, bijvoorbeeld elk uur. En als het niet lukt, kolf dan weer de colostrum af. Ook als je denkt dat je baby niet voldoende uit de borst haalt, maar wel extra energie nodig heeft, dan kun je na het voeden nog wat kolven en met een spuitje of lepeltje geven.

Links

Borstvoedings pagina
Voorbereiden op het geven van borstvoeding
Voormelk en achtermelk
Back to Home Page

© 2003 Nanny Gortzak