Ecoparents logo

Borstvoedings ABC

Op deze pagina worden veel voorkomende termen met betrekking tot borstvoeding uitgelegd. Als je vindt dat er woorden zijn die nog ontbreken, maar zeker hier te vinden zouden moeten zijn, mail dan naar Nanny Gortzak.

Achtermelk:vette melk die op het laatst an de voeding uit de borst komt. Voor een uitgebreide uitleg, vind je hier een artikel.

Borstcompres: zie zoogcompres.

Borstcompressie: druk uitoefenen op de borst door de volle hand om de borst te leggen en in te knijpen. Denk hierbij aan het knijpen in een tube tandpasta: als je je handen zo ver mogelijk tegen de ribbenkast aan hebt liggen, dan heb je het meeste profijt ervan (als je midden in een tube tandpasta knijp, krijg je er minder uit dan wanneer je aan het uiteinde knijp en alles naar boven stuwt). Door borstcompressie zal de melkstroom sneller worden. Borstcomressie kan gebruikt worden wanneer een baby snel dreigt in te slapen aan de borst of wanneer de baby de borst niet goed leeg lijkt te drinken.

Borstkolf: apparaat waarmee melk uit de borst gehaald kan worden. Er zijn handbediende kolven, waarbij de moeder handmatig het vacuum opwekt door een hendel of zuiger heen en weer te bewegen. Daarnaast zijn er kleine electrische kolven, zowel werkend op het lichtnet dan wel op batterijen. Deze kolven hebben soms een automatische zuigcyclus, soms niet. De grotere, dubbelzijdige kolven hebben een automaische zuigcyclus en de zuigsterkte kan worden aangepast. Deze kolven zijn zeer geschikt als een moeder vakk moet kolven, bijvoorbeeld als zij werkt. De grootste en sterkste kolven zijn de volautomatische, dubbelzuidige huurkolven. Deze kolven zijn geschikt om voltijds te kolven of om de melkproductie op gang te brengen. De moeder huurt het motordeel en koopt een afkolfset. Bij deze kolven zijn motordeel en afkolfset gesloten systemen, danwel van elkaar gescheiden door verwisselbare filters of barrieres. Deze opzet zorgt ervoor, dat ondanks gebruik door meerdere personen er geen besmetting van de melk met micro-organismen via het motordeel kan plaatsvinden.

Borstschelp of tepelbeschermer: Koepelvormig voorwerp met aan de achterkant een ronde opening, die ruim om de tepel heenpast. Borstschelpen worden gebruikt om te voorkomen dat de tepels tegen bh of kleding schuren. Ze kunnen gebruikt worden om het genezen van tepelkloven te bespoedigen door blootstelling aan de lucht. Borstschelpen kunnen een kolvende werking hebben: sommige merken zijn uitgerust met sponsjes die gelekte melk opvangen. Gelekte melk uit een borstschelp mag niet aan de baby worden gegeven.

Borstvoedingshulpset (BHS) of Borstvoedingsondersteuningsset (BOS): container die om de moeders nek hangt en waaruit een of twee slangetjes komen die net naast de tepel vastgeplakt worden. Als de baby zuigt aan de borst, dan komt er voeding uit de container door de slangetjes. De baby drinkt melk uit de borst en krijgt tegelijkertijd de bijvoeding uit de container. Een manier om bij te voeden zonder gebruik te hoeven maken van een flessespeen.
Voor een foto van het gebruik van een hulpset, klik hier (foto © 1998: W.E. van der Veer)

Borstvoedingsontlasting: Een borstgevoede baby zal in de eerste weken vaak bij elke voeding, of in elk geval meerdere malen per dag, een vieze luier hebben. In de eerste week kleurt de ontlasting van zwart via donkerbruin, bruin groen naar oranje-geel. De meeste kinderen hebben na de eerste week de typisch gele, wat zoetig ruikende ontlasting. In deze ontlasting kunnen kleine, witte frummeltjes zichtbaar zijn, wat kleine stukjes eiwit uit de moedermelk zijn. De poepluiers kunnen in kleur varieren. Zolang een baby goed groeit, goed ontwikkeld en verder geen klachten heeft, is dit normaal.
Na de eerste vier tot zes weken kan hat aantal vieze luiers af nemen: tot eens per twee weken is nog steeds normaal.

Candida: schimmel die op de huid, vagina en slijmvliezen voorkomt en soms overgaat in een hinderlijke vorm. Zie ook Spruw.

Colostrum: de eerste dikke, gelige melk die een baby aan de borst drinkt de eerste dagen na de geboorte. Colostrum bevat relatief veel antistoffen, die de baby helpen beschermen tegen allerlei ziektes. Colostrum helpt de stoelgang op gang komen, waardoor de baby snel het meconium kwijtraakt.

Cupfeeding: voeden met een kopje. De baby zit zoveel mogelijk rechtop, een klein bekertje wordt voorzichtig tegen de baby's onderlip aangezet. De baby kan met de tong de melk oplikken.

DHA: staat voor docosahexaneoic acid, ofwel een langketen onverzadigd vetzuur. Dat zit van nature in moedermelk, maar de hoeveelheden verschillen per vrouw, afhankelijk van je dieet. Het komt voor in vette vis. Vrouwen die wonen in gebieden waar veel vette vis wordt gegeten, hebben hogere gehaltes DHA in hun melk dan vrouwen die in gebieden landinwaards wonen.

Galactosemie: zeer zeldzaam voorkomend enzymdefect, waarbij een baby geen galactose kan benutten in de cellen, waardoor stapeling optreed. Een persoon met deze ziekte mag geen lactose gebruiken, waardoor borstvoeding niet mogelijk is. Niet te verwarren met lactose-intolerantie (zie daar).

Geinduceerde lactatie: proces waarbij de melkproductie op gang wordt gebracht, zonder dat er ooit een zwangerschap en bevalling aan vooraf zijn gegaan, zoals bij adoptie. Meestal een combinatie van kolven, vaak aanleggen en soms ook medicijnen.

Handkolf:zie borstkolf

Koemelk eiwit allergie: een allergie tegen eiwit in koemelk. Bij borstgevoede baby's kunnen reacties op keomelk optreden doordat fragmenten van koemelk eiwit in de moedermelk terecht komen. Klachten kunnen zijn: maag-darm problemen, onrust, slecht slapen, slechte groei, borstweigeren, spugen, reflux, eczeem en andere huidproblemen, luchtwegaandoeningen en benauwdheid.
Als een allergie wordt vermoed, dan kan een moeder op hypoallergeen dieet gaan. Als de klachten in de baby verminderen of verdwijnen, dan kan een moeder het beste contact opnemen met een dietist, om te voorkomen dat zij zelf tekorten krijgt via haar voeding en om verder uit te zoeken of er inderdaad sprake is van een allergie.

Lanoline: wolvet, te gebruiken als tepelzalf bij droge tepels of kloofjes. De gezuiverde vormen van wolvet, zoals Lansinoh of Purelan, bevatten vrijwel geen allergenen of pesticiden, zodat het niet van de tepels gewassen hoeft te worden voor de baby aan de borst drinkt.

Lactase: enzym dat in de darmen lactose afbreekt tot glucose en galactose, waarna het in het bloed kan worden opgenomen.

Lactose: melksuiker, opgebouwd uit een molekuul galactose en een molekuul glucose. Lactose wordt in de darmen verteerd met behulp van lactase. Moedermelk bevat van alle melksoorten het meeste lactose. Lactose helpt bij de ontwikkeling van de hersenen. Van nature komt lactose voor in melk en in enkele tropische planten. De meeste lactose die in de voedingsmiddelenindustrie gebruikt wordt, is afkomstig uit melk.

Lactose-intolerantie: onvermogen om lactose of melksuiker in de darmen af te breken tot glucose en galactose. Een primaire lactose-intolerantie, waarbij geen lactase in de darm aanwezig is, komt bij baby's sporadisch voor. De meeste problemen met verteren van lactose in baby's hebben een secundaire oorzaak, waarbij de darmen tijdelijk niet in staat zijn de aangeboden hoeveelheid lactose te verteren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij infectieziekten van de darm of bij een baby die erg veel voormelk drinkt. In deze gevallen kan een aanpassing in de borstvoeding voor verbetering zorgen.
Bij mensen die lactose-intolerant blijken, is aanpassing van het dieet (gebruik van gefermenteerde melkproducten zoals kaar en yoghurt geven geen problemen) of het toevoegen van het enzym lactase een mogelijkheid om toch melkproducten te kunnen gebruiken.

Meconium: eerste, zwarte ontlasting na de baby's geboorte.

Montgomery klieren: klieren die op de tepelhof voorkomen en een olieachtige substantie afscheiden. De uiteinden van deze klieren zijn zichtbaar als kleine bultjes. De afscheiding uit deze klieren houden de huid van de tepelhof en tepel soepel en heeft een ontsmettende werking.

Overgangsmelk: melk die een paar dagen na de bevalling gemaakt wordt. De moeder merkt dit omdat haar melkproductie toeneemt.

Relactatie: proces waarbij een moeder, na geheel of gedeeltelijk gestaakte borstvoeding, door veelvuldig aanleggen, kolven of medicijnen of een combinatie hiervan de melkproductie weer op gang brengt.

Rijpe moedermelk: moedermelk die na een paar weken gemaakt wordt.

Spruw:ontsteking veroorzaakt door de schimmel candida. Bij baby's vaak herkenbaar door een wittel aanslag in de mond, soms gaat dit samen met luieruitslag. Een voedende moeder kan last hebben van pijnlijke tepels, steken in de borst, roze of rode tepels. Soms zijn witte puntjes waarneembaar. Omdat moeder en baby elkaar kunnen besmetten, is behandeling van beiden noodzakelijk. Klik hier voor meer informatie over spruw.

Tepel: plaats waar de meeste uiteinden van melkkanaaltjes samenkomen. De tepel ligt centraal in de tepelhof. Tepels kunnen verschillende groottes hebben en uitsteken, vlak of teruggetrokken zijn. Omdat de baby niet alleen de tepel, maar ook een flink deel van de tepelhof en / of de rest van de borst in de mond neemt, zijn kleine, vlakke of ingetrokken tepels geen reden om geen borstvoeding te geven. Soms kan het wel nodig zijn de hulp van een lactatiekundige in te schakelen voor hulp bij het aanleggen in de eerste dagen.

Tepelhoedje: heeft de vorm van een Mexicaanse hoed, is meestal gemaakt van siliconen. De moeder legt een tepelhoedje over haar tepel heen en de baby zuigt hierdoor aan de borst. Een tepelhoedje wordt soms aangeraden als de moeder vlakke of ingetrokken tepels heeft. Ook raden sommige hulpverleners een tepelhoedje aan als de moeder pijnlijke tepels heeft. Omdat tepelhoedjes op zich weer voor problemen kunnen zorgen, is het raadzaam altijd een lactatiekundige te raadplegen als je borstvoeden met een tepelhoedje overweegt.

Tepelhof: gepigmenteerde huid rond de tepel. De tepelhof kan per vrouw in grootte verschillen. In het gebied van de tepelhof liggen de klieren van Montgomery (zie daar).

Tepelvormer: Koepelvormig voorwerp met een klein gat aan de achterkan. Wordt in de bh gedragen tijdens de laastste weken van de zwangerschap of postpartum een tijdje voor het voeden teneinde een valkke of ingetrokken tepel voor te vormen zodat een baby de tepel beter in de mond kan nemen.

Toeschietreflex: reflex als gevolg van stimuleren van de tepel. Door tepelstimulatie komt het hormoon oxytocine vrij uit de hypofyse, dat in de borsten zorgt voor het samentrekken van de spiertjes die om de melkkanalen liggen. Door het samentrekken wordt de melk naar buiten gestuwd.

Vingervoeden of fingerfeeding: manier om een baby bij te voeden zonder gebruik van zuigfles. De melk zit in een container of spuitje in de hand van degene die voedt. Vanuit de spuit of container komt een siliconen slangetje dat op een vinger van de voeder vastgeplakt zit. De baby zuigt op de vinger, waardoor er melk via het slangetje in de baby's mond komt.

Voormelk:De melk die tijdens een voeding als eerste uit de borst komt. Deze melk heeft het laagste vetgehalte. Voor meer uitleg over voormelk en achtermelk, zie dit artikel.

Zoogcompres: katoenen of papieren cirkel van absorberend materiaal dat dient om lekkende melk op te vangen. Een zoogcompres wordt meestal in een bv of nauwsluitende top gedragen. Zoogcompressen dienen regelmatig verwisseld te worden om broeien, spruw en week worden van de tepels te voorkomen.

Links

Borstvoedingpagina
Back to Home Page

© 2004 Nanny Gortzak