Ecoparents logo

Vitamine D in moedermelk

Moedermelk bevat alle voedingsstoffen die een gezonde, op tijd geboren baby nodig heeft gedurende de eerste zes maanden van zijn leven. In de tweede helft van het eerste jaar worden langzaam andere voedingsmiddelen naast moedermelk geintroduceerd. Deze tijd moet gezien worden als een leerperiode voor babies: ze leren hoe ze eten in hun mond moeten stoppen, leren kouwen en doorslikken van vast voedsel. Moedermelk is in deze tijd nog steeds de belangrijkste voedselbron.

De Amerikaanse vereniging van kinderartsen, AAP, heeft onlangs een rapport uitgebracht waarin aangeraden wordt alle borstgevoede kinderen in de VS vitamine D te geven. Betekent dit dat moedermelk niet lagner voorziet in de voedingskundige behoefte van de baby? Absoluut niet! Moedermelk blijft de beste voeding, in het volgende stuk wordt uitgelegd waarom toch extra vitamine D wordt aangeraden.

Waar komt vitamine D vandaan?

Vitamine D is eigenlijk geen vitamine, maar een hormoon. De voorloper van wat wij vitamine D noemen, wordt in de huid onder invloed van UV licht omgezet in vitamine D. Dit UV licht komt van zonlicht. Dit is de natuurlijke weg waarlangs de meeste mensen in hun vitamine D behoefte voorzien. Onderzoekers hebben ingeschat dat Europeese zuigelingen per dag 10 minuten blootgesteld moeten worden aan zonlicht om toch voldoende vitamine D te vormen. Het gaat dan om blootstelling aan kleine oppervlakken van het lichaam, zoals bijvoorbeeld de wangen. Andere bronnen van vitamine D zijn: vette vis, margarine met toegevoegde vitamine D, melk, eieren en boter. Naast zonlicht kan voedsel dus ook voorzien in vitamine D. Wanneer een moeder goed gevoed is, dan geeft zij haar pasgeboren baby ongeveer een voorraad vitamine D mee die voldoende is voor twee maanden indien de baby op tijd geboren wordt. Na die twee maanden dient er een andere bron van vitaminde D te zijn om tekorten en de gevolgen daarvan, zoals rachitis of Engelse ziekte, te voorkomen
Moedermelk bevat ongeveer 5 tot 136 IU vitamine D per liter. (IU = international units, de maat waarin actief vitamine D wordt aangegeven. Zuigelingen zouden 200 tot 400 IU per dag moeten binnen krijgen. Als deze hoeveelheid gevormd kan worden onder invloed van zonlicht, wat is dan het probleem eigenlijk?

Moedermelk en blootstelling aan zonlicht

We nemen aan dat de hoeveelheid vitamine D in moedermelk niet is veranderd door de eeuwen heen. Toch lijkt er in de laatste tijd een groter risico op tekorten te zijn. Redenen voor dit tekort kunnen zijn:
Op een andere breedtegraad wonen dan bij je huidskleur past. Mensen met een blanke huid die dicht bij de evenraar wonen zullen ofwel zonlicht vermijden, ofwel veel zonnebrandcreme gebruiken om verbranding te voorkomen. Beide maatregelen zorgen er voor dat de huid minder blootgesteld wordt aan UV licht zodat minder vitamine D wordt gevormd. Mensen met een donkere huidskleur die verder van de evenaar wonen lopen de kans niet voldoende zonlicht en dus UV straling te krijgen, omdat hun huid beschermd tegen de effecten van grotere hoeveelheden UV straling. In de winter kan dit een groter probleem zijn dan in de zomer.
Blootstelling aan zonlicht wordt verder verminderd door het dragen van kleding die het grootste deel van de huid bedekt (kleding om je tegen kou te beschermen, als beschreming tegen zonlicht, of vanuit een culturele achtergrond). Ook verblijf binnenshuis overdag (door werk, school en kinderopvang) en het weer kunnen meespelen in de hoeveelheid UV straling waaraan we blootgesteld worden.

We kunnen dus stellen dat niet de hoeveelheid vitamine D in de moedermelk is veranderd, maar de hoeveelheid UV licht waaraan we onszelf blootstellen. De hoeveelheid vitamine D die in de huid wordt gevormd van dit UV licht is dus veranderd. Aanbevelingen rond het toedienen van vitamine D in zuigelingen en jonge kinderen heeft dus niets te maken met een gemis van dit hormoon in de borstvoeding, maar met de veranderingen in onze oorspronkelijke levensstijl.

Waarom hebben we vitamine D nodig?

Vitamine D is nodig voor de opname van calcium en fosfaten in de darm. Onvoldoende opname van vitamine D in combinatie met te weing zonlicht kan leiden tot het ontstaan van rachitis of Engelse ziekte, een aandoening die gekenmerkt wordt door een verslechterde groei van beenderen in kinderen. De ziekte kwam van oorsprong voor bij kinderen die in kleine, donkere huizen woonden in gebieden waar smog ook nog eens het zonlicht blokkeerde. Ook kwma en komt het voor in gebieden waar kinderen als gevolg van de traditionele levensstijl binnenshuis verblijven. het gebruik van levertraan, het terugdrinken van het smogprobleem en het frequenter buiten laten spelen van kinderen heeft het bestaan van Engelse ziekte teruggedrongen. In Nederland draagt de verrijking van margarine met vitamine D bij tot de preventie van Engelse ziekte.

Aanbevelingen

In Nederland wordt regelmatig de aanbeveling voor het gebruik van vitamine D bij zuigelingen aangepast. In hoeverre een zuigeling vitamine D nodig heeft naast de hoeveelheid die in moedermelk voorkomt, hangt af van de blootstelling aan zonlicht, de voedingstoestand van de moeder, het gebruik van zonnebrandcreme en de hoeveelheid vitamine D in vaste voeding wanneer het kind gaat leren eten.
Wanneer een zuigeling een vergrote kans op allergieen heeft, dan verdient het aanbeveling dat de ouders het gebruik van vitamine D druppels met de arts bespreken. Ook is het belangrijk dat ouders weten hoeveel vitamine D gegeven moet worden. Ook kan men zich vertellen bij het uittellen van de druppels, men kan vergeten dat er al eerder die dag vitamine D is gegeven. Wanneer een moeder de borstvoeding met kunstmatige zuigelingenvoeding combineert, dan kan er onduidelijkheid ontstaan over de hoeveelheid vitamine D die de baby via druppels zou moeten krijgen. Een overdosis kan tot problemen leiden: meer is dus niet altijd beter.

We kunnen ons afvragen in hoeverre vitamine D suppletie van invloed kan zijn op de borstvoeding. Als men kiest voor het geven van vitamine D, dan verdient het de voorkeur druppels te gebruiken die uitsluitend vitamine D bevatten en geen multivitaminepreparaat. Voor een moeder die gewend is vitamine D aan haar baby te geven en daarmee niet meer exclusief borstvoeding geeft, maar bijna exclusief, kan de stap om andere druppels, medicijnen, thee, ander voedsel inclusief kunstmatige zuigelingenvoeding te geven, verkleind zijn. Dit kan bij elkaar de tijdsduur van volledige borstvoeding beinvloeden, of de totale tijdsuur van de borstvoedingsperiode. Sommige moeders zullen, indien zij de vitamine suppletie strikt willen uitvoeren, maar het gebruik van druppels te ingewikkeld vinden, overstappen op kunstmatige zuigelingenvoeding.

Meer onderzoek is nodig om vast te stellen wat een veilige blootstelling aan zonlicht is en wat een veilige vorm van vitamine D suppletie is.

Referenties:

Good Mojab, C. Sunlight deficiency: a review of the literature. Mothering 2003 Mar-Apr; 117:52-63
Passmore R. and Eastwood M.A. Davidson and Passmore Human Nutrition and Dietietics. 8th edition, 1986, New York, Churchill Livingstone
M. J. Heinig. Vitamin D and the Breastfed Infant: Controversies and Concerns. Journal of Human Lactation 19(3), 2003



Links

Borstvoedings pagina's
De pagina's van de Nederlandse borstvoedings organisaties
La Leche League

American Academy of Pediatrics

Hoeveel drinkt een jonge baby?
Borstvoeding en medicijnen
Engelse borstvoedingspagina's

Ecoparents Homepage



© 2003 Nanny Gortzak