Ecoparents logo

Voormelk en achtermelk

Inleiding

Regelmatig hebben moeders vragen over het verschil tussen voormelk en achtermelk. Ook vragen zij zich af of en hoe ze hiermee rekening moeten houden bij de borstvoeding. Hieronder volgt een uitleg die het misschien makkelijker maakt om je voor te stellen hoe de melkproductie werkt en hoe je ervoor kunt zorgen dat je baby alles krijgt wat deze nodig heeft.

Samenstelling

In veel literatuur wordt er melding gemaakt van een verschil in samenstelling tussen voor en achtermelk. Wat zijn daadwerkelijk de verschillen?
Zowel voormelk als achtermelk bevat alle vitaminen en mineralen die een baby nodig heeft. Voormelk, de eerste melk die bij zogen of kolven uit de borst komt, bevat relatief minder vet dan de achtermelk, de melk die het laatste uit de borst komt. Je kunt zeggen dat een baby bij het begin van de voeding magere melk drinkt en als de borst bijna leeg is, volle melk.
Vroeger dacht men, dat in de voormelk meer melksuiker of lactose zit. Het blijkt, dat de gehaltes lactose in voormelk en achtermelk vrijwel gelijk zijn. Het grote verschil is, dat door de grotere hoeveelheid vet in de achtermelk de melk langzamer verteerd wordt. Als gevolg daarvan hebben de darmen de gelegenheid de melksuiker beter te verwerken. Wanneer er problemen zijn met lactose in de voeding, dan kan een andere manier van borstvoeden waarbij de baby meer vettere melk drinkt, een oplossing van het probleem zijn. We komen hier nog op terug.

Voeden en de invloed op voormelk en achtermelk

De borsten maken continu melk aan. Naarmate de borst leger is, wordt er sneller melk aangemaakt. Deze melk wordt opgeslagen in de melkklieren en melkkanaaltjes. De melk die net gemaakt is, bevat veel vet. Wanneer deze melk niet meteen gedronken wordt, dan slaat het vet neer op de wanden van de melkkanalen wordt wellicht uiteindelijk weer opgenomen door de cellen van de kanaaltjes waar de melk zich bevindt. Hierdoor wordt de melk minder vet. Hoe langer de melk in de borst zit, hoe minder "los" vet er nog in zit.
Zodra de baby begint te drinken, wordt er meer melk aangemaakt. De baby zal eerst de al aanwezige melk uit de borst in de mond krijgen. Dit is de melk die niet meer zo vet is. Maar de melk die wel al het vet bevat, komt er al snel achteraan. Er is niet een bepaald moment waarop de voormelk in achtermelk verandert, maar er is een geleidelijke overgang van magere naar volle melk. Als er niet zoveel tijd tussen de voedingen zit, zal het verschil tussen voormelk en achtermelk niet zo groot zijn als wanneer er lange tijd zit tussen twee voedingen.
Je kunt dit vergelijken met een warmwaterkraan: als je verwarmingsketel op zolder staat en in de keuken wil je warm water hebben, dan kan het een tijdje duren voor het water van koud via lauw naar warm en heet gaat. Wil je twee uur later weer warm water hebben, dan moet je weer zo lang wachten. Het warme water dat nog in de leidingen zat, is dan weer helemaal afgekoeld. Wil je maar een paar minuten later warm water hebben, dan zit er nog warm water in de leidingen dat eerst uit de kraan komt en kort erna heb je alweer heet water uit de kraan. Dus: hoe vaker je voedt, hoe meer vet er nog in de melk zit die in de melkkanaaltjes zit. Het duurt dan minder lang voor je baby de hele vette melk krijgt. Als je veel tijd tussen de voedingen laat, dan begint de baby met magere melk en geleidelijk aan zal de melk vetter worden.

Te dunne melk?

Iedereen kent het wel: de verhalen over "te dunne melk" of "blauwselwater". Veel moeders zijn bang dat hun melk niet goed is als ze zien dat de melk uit de borst er waterig uitziet. De kans is groot dat ze dan kijken naar de melk die al een tijd in de borst heeft gezeten waar het meeste vet weer uit is. Deze melk is nog steeds van prima kwaliteit. De melk die een moeder aan het eind van een voeding uit haar borst kan knijpen, ziet er vaak troebeler uit dan de melk aan het begin van de voeding. Dat komt doordat er meer vet inzit. Soms is dit verschil niet goed te zien. Geen paniek: je lichaam maakt heus die vettere melk!

Als je problemen hebt met gewichtstoename in je baby en je denkt dat de baby wel voldoende melk binnenkrijgt, let er dan op dat de baby ook de vette melk drinkt. Je kunt de eerste borst aanbieden, net zolang tot je baby niet meer wil. Je baby zal dan de borst loslaten. Je kunt een boer laten doen en dan nogmaals dezelfde borst aanbieden. Als de baby vaker zuigt dan slikt, dan is de borst redelijk leeg en kun je, na nogmaals een boertje, eventueel de tweede borst aan bieden. Wil de baby de tweede borst niet, dan kun je die de volgende voeding aanbieden.

Als je erg veel melk hebt een een sterke toeschietreflex, dan kun je na het eerste toeschieten de baby even van de borst halen. De stroom melk vang je op in een luier. Als er geen straaltjes melk meer uit je borst spuiten, dan kun je opnieuw aanleggen. Doordat de eerste, minder vette melk nu al uit de borst is, krijgt je baby meteen al wat vettere melk binnen. Laat de baby aan deze kant drinkekn tot hij loslaat of tot hij meer zuigt dan slikt.

Moedermelk testen?

Soms laten moeders hun melk testen wanneer ze aan de kwaliteit twijfelen. Het is goed om te weten dat veruit de meeste moeders melk maken van goede kwaliteit. Zelfs moeders die in gebieden wonen waar ondervoeding voorkomt, blijken melk van prima kwaliteit te maken, maar soms is wel de hoeveelheid melk wat minder. In de westerse wereld waar vrijwel de meeste moeders toegang hebben tot voedsel van goede kwaliteit, is er geen reden om aan te nemen dat er iets mis is met de melk van een voedende moeder. Als je tijdens de borstvoedingsperiode niet streng lijnt of anderszins een dieet houdt, dan hoef je niet bang te zijn voor de kwaliteit van je melk. Volg je een dieet, bijvoorbeeld omdat je baby allergisch is, zorg dan dat je goed door een dietist met kennis van borstvoeding wordt begeleid.

Het testen van moedermelk is mogelijk, maar als het goed gebeurt is het duur en een behoorlijke belasting voor jou en je baby. Omdat je nooit zomaar weet hoeveel melk je produceert, geeft het afkolven van een beetje melk aan het begin van de voeding en aan het einde van een voeding, geen goed beeld van de hoeveelheid vet die een baby binnenkrijgt. Zelfs al weet je de hoeveelheid melk die een baby drinkt wel, bijvoorbeeld door wegen, dan nog heb je alleen maar informatie over die betreffende voeding. Op andere momenten van de dag is de hoeveelheid vet in je voeding anders en de baby drinkt een andere hoeveelheid. Bovendien is niet elke vrouw in staat makkelijk melk te kolven voor zo'n onderzoek, wat bijdraagt aan een vertekend beeld. Je zou voor een indruk van hoe en wat je baby drinkt de hele dag moeten bijhouden hoeveel de baby drinkt en steeds een beetje melk aan het begin en het einde kunnen kolven en dit steeds apart kunnen laten analyseren. Dit is tijdrovend en omslachtig om te doen. Als er reden is om aan te nemen dat je baby niet goed groeit op jouw melk, neem dan contact op met een lactatiekundige om na te gaan wat mogelijke oorzaken kunnen zijn.

Links

Voorbereiden op borstvoeding
Hoeveel drinkt een jonge baby?
Laag bloedsuikergehalte bij pasgeborenen
Het passen van de juiste voedingsbh
Borstvoedingspagina
Hulp bij borstvoedingsproblemen
Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen

Back to Home Page

© 2004 Nanny Gortzak